Neuspeuteren

Vrijdag ’s middags haal ik Laura bij haar woongroep op, voor haar weekendje thuis. Onderweg van Vijfhuizen naar Haarlem nemen we dan de week ervoor door. Meestal is alles goed, leuk of ‘heel leuk’ geweest. Als haar al iets dwars zit, is het een zoekgeraakte zakdoek, een tv-programma dat ze heeft gemist of eten dat ze niet lustte. Of iemand heeft haar op – voor haar gevoel – boze toon toegesproken. Dat ze bijvoorbeeld niet in het openbaar in haar neus mag peuteren. Lees meer over: Neuspeuteren

Normaal praten

“Wie ben jij?”, zeg ik met een hoog stemmetje tegen Laura, in een poging leuk te zijn, als ik mijn hoofd om de hoek van de badkamer steek. Het is weer tijd om heur haar te wassen. “Mannen denken niet na als ze wat zeggen”, laat Laura weten. “Ze moeten eens leren normaal te praten.”

Schreeuwen

“Noem je dat zingen?”, zegt Laura als ik tijdens het wassen van heur haar een liedje inzet.
“Ik noem dat schreeuwen.” Demonstratief doet ze de handen voor haar oren.
Laura is geen fan van mijn zangkwaliteiten.